20 mei 2018 19:00 uur

Laurenscantorij
Laurensorkest
Wiecher Mandemaker - dirigent
Lauren Armishaw - sopraan
Minho Jeong - alt
Adrian Fernandes - tenor
Jan Douwes - bas
Hayo Boerema - orgel

Laurenskerk, Rotterdam

Begin je week met Bach! Zijn cantates plaatsen wij in hun oorspronkelijke context, ingebed in een kerkdienst. De cantatediensten duren een uur en zijn gratis toegankelijk, met collecte na afloop. Iedereen kan even tot rust komen in de prachtige, monumentale sfeer van de Laurenskerk.

 

'Wer mich liebet, der wird mein Wort halten', BWV 74 

Voor Eerste Pinksterdag 1725, ook op 20 mei, gecomponeerde Bach de feestelijke cantate 74. Deze heeft maar liefst acht delen, aria's voor alle vier solisten en de meest luxueuze instrumentale bezetting: strijkers en continuo, drie trompetten en pauken en drie hobo's waaronder een hobo da caccia (alt-hobo). Hij gebruikte daarvoor delen uit cantate 59. 


Tot tekst van het openingskoor dient het eerste vers uit de evangelielezing Johannes 14:23-31. Bach gebruikt hiervoor een revisie van deel 1 uit cantate 59, verrijkt tot een stralend en uitgelaten koorwerk waarin vier ‘koren' (strijkers, houtblazers, koper en vocalisten) met elkaar dialogeren. 

De basaria met vioolsolo uit cantate 59 bewerkt Bach tot de sopraanaria met begeleiding van een hobo da caccia. Waarmee hij de ligging tuyssen die twee opkeert. Het karakter van deze triosonate wordt daardoor wat intiemer; in zijn samenspel met sopraan en hobo vervult het continuo een opvallend aktieve rol. Hooggestemd vervolgt de sopraan de woningmetafoor.

De evangelietekst Johannes 14: 28 spreekt Christus. Daardoor klinkt die hier uit de mond van diens gebruikelijke woordvoerder, de Vox Christi, de bas. Deze bijbelwoord-aria onderscheidt zich van de overige aria's door een nogal kale begeleiding: slechts continuo, een teken van ernst en ingetogen waardigheid. Christus herhaalt hier de woorden die tussen Pasen en Pinksteren voortdurend het thema vormden: ik ben weliswaar een korte tijd afwezig maar zal - in de vorm van de Heilige Geest - spoedig bij u terugkeren. De bas vertolkt het heengaan d.w.z. de hemelvaart met een lijntje omhoog, en de terugkeer met een loopje omlaag, noten die reeds de hoofdnoten vormden van de continuo-begeleiding. Het middendeel is melodisch geheel afwijkend en wordt gedomineerd door lange melisma's op freuen; daarna keert het heen-en-weer-motief nog slechts in de begeleiding terug.
In scherp contrast met de basaria wordt tenor-aria gezien zijn beginregel stimmet Sait (‘stemt de snaren') door alle strijkers begeleid. Het op- en neergaande motief van de virtuoos gevoerde eerste violen verwijst uiteraard naar het op-en-neer-motief in de voorgaande aria, aanleiding voor de uitgelaten blijdschap van de tenor die minstens zo virtuoos is bedeeld. Met de tegenwerking van Satan wordt, in een harmonisch wat bedompter sfeer, in enkele maten korte metten gemaakt, met stuitende syncopes en een haperend continuo; het glaub' daarentegen staat onwrikbaar. De tenor wordt alleen maar geestdriftiger over Christus' toezegging: zie hoe hij in het da-capo de rusten tussen Kommt en kömmt opvult met zijn eilet-roulades.

De triomfantelijke slotaria voor alt is ongewoon royaal geïnstrumenteerde; bij de strijkers die de tenor begeleidden voegen zich de drie hobo's, terwijl zich een soloviool verzelfstandigt, vooral om met cirkelende 32-sten en arpeggi het gerinkel van de höllische Kettenrealistisch te verbeelden. In het middendeel (zonder ketting-gerammel) wordt Satan in triolen hartelijk uitgelachen terwijl de woorden Sterben en Erben worden onderstreept met krachtige arpeggi van alle strijkers. Door zijn fanfare-achtige motieven drukt de aria een heroïsch affekt uit.

De cantate besluit met een populair Pinksterkoraal van Paul Gerhardt (1653), Gott Vater, sende deinen Geist, op de melodie van een anoniem voorreformatorisch straatliedje. Terwijl normaliter alle aanwezige instrumentalisten, c.q. die van het openingskoor colla parte koorpartijen versterken, blijven hier de 2e en 3e trompet en de pauken achterwege waardoor de cantate relatief sober en intiem eindigt; wellicht om een al te triomfalistische uitleg van het Pinkstergebeuren te voorkomen.

De cantate besluit met een populair Pinksterkoraal van Paul Gerhardt (1653), Gott Vater, sende deinen Geist, op de melodie van een anoniem voorreformatorisch straatliedje. Terwijl normaliter alle aanwezige instrumentalisten, c.q. die van het openingskoor colla parte koorpartijen versterken, blijven hier de 2e en 3e trompet en de pauken achterwege waardoor de cantate relatief sober en intiem eindigt; wellicht om een al te triomfalistische uitleg van het Pinkstergebeuren te voorkomen.


Motet Der Geist hilft unser Schwachheit auf (BWV 226)

Bach schreef dit in oktober 1729 voor de begrafenis van Prof. Johann Heinrich Ernesti (1652 - 1729), hoogleraar Poesie aan de Leipziger universiteit. De plechtige akademische begrafenisdienst vond plaats in de universiteitskerk St. Pauli, waardoor instrumenten aan de uitvoering van het motet mochten deelnemen, wat bij begrafenisplechtigheden in Bachs gemeentelijke Thomas- en Nicolaikirche verboden was.
De joviale Ernesti, die de muziek zeer was toegewijd en met wie Bach op goede voet had gestaan, heeft waarschijnlijk zelf de hand gehad in de tekstkeuze voor het motet: geen treur- of rouwtekst maar een troostvolle en bemoedigende, hoewel enigszins leerstellige tekst uit de brief van de apostel Paulus aan de christelijke gemeente te Rome, Romeinen 8:26 - 27. En mogelijk heeft Bach al voor het overlijden van Ernesti aan het motet gewerkt. Hij schrijft een motet in drie delen: een deel voor elk van de verzen uit de Paulusbrief, het eerste (1) voor twee vierstemmige koren, het tweede (2) voor vierstemmig koor, en besloten (3)met een eenvoudig slotkoraal. De overgeleverde partijen getuigen ervan dat het eerste koor werd gesteund door colla voci, met de stemmen meespelende strijkers (twee vioolpartijen, altviool en cello) en het tweede door een kwartet dubbelrietblazers: twee hobo's, een althobo (taille) en een fagot.
Paulus' tekst is eigenlijk een Pinkstertekst. Hij legt uit dat de Heilige Geest die Jezus' zijn volgelingen bij zijn Hemelvaart tot steun heeft toegezegd, en die met Pinksteren over de apostelen is vaardig geworden, ook de gelovigen te hulp komt wanneer zij - dat is hun Schwachheit - tekortschieten in hoop en verwachting van wat God hen heeft beloofd. De Heilige Geest is hun pleitbezorger bij God. We mogen dus opgewekte en inspirerende muziek verwachten. 
 

tekst naar Eduard van Hengel

 

Toegang vrij, collecte na afloop.

contact

Stichting Laurenscantorij
Postbus 21264
3001AG Rotterdam
06 410 79 452
info @ laurenscantorij.nl (spaties verwijderen)

contactformulier