20 januari 2019 19:00 uur

Laurenscantorij & Laurensorkest

Annette Vermeulen - alt
Arco Mandemaker - tenor
Berend Eijkhout - bas
Hayo Boerema - orgel
Wiecher Mandemaker - dirigent

Laurenskerk, Rotterdam

 

Het stormt deze zondag! 

Waar het in de lezing van de ‘Storm op zee’ uit Matteüs 8 met één bevel van Jezus allemaal voorbij is, passen Bach en zijn dichter dit verhaal toe op de levensstormen waar wij mensen in verzeild raken. En Bach wist: die gaan niet bepaald in een keer en voor altijd liggen.

Voor deze cantate hebben we dan al met psalm 107 de nodige stormen doorgemaakt, met onder anderen het koorwerk van Herbert Sumsion. 

De zee kalmeert pas écht na de laatste noot van de cantate ...

 

Johann Sebastian Bach / Cantate ‘Jesus schläft, was soll ich hoffen’, BWV 81

Het verhaal van de ‘storm op zee’: de discipelen op het meer die bang zijn voor de storm terwijl Jezus rustig slaapt. Ze wekken hem, waarna hij de wind tot bedaren brengt. Bach en zijn tekstdichter hebben er een beeldende scène van opera-achtige kwaliteit aan verbonden.

Een openingskoor is er niet, de alt mag zich direct afvragen: ‘Jezus slaapt, wat heb ik te hopen?’ In deze aria voegt Bach aan het strijkersensemble twee altblokfluiten toe die amper een zelfstandige rol vervullen en hoofdzakelijk de vioolpartijen een octaaf hoger verdubbelen. Het gaat hier duidelijk om de klankkleur: de lieflijke blokfluit wordt in de barok vaak ingezet als de slaap of dood ter sprake komt. Hier zijn ze beide aan de orde! Dit is niet zomaar een slaapliedje, het is tegelijk ook een klaagzang om het vermeende uitblijven van hulp in het aangezicht van de dood.

Die storm breekt los in de tweede aria, waar de tenor door voortrazende snelle noten van de strijkers wordt vergezeld. Te midden van het geweld treedt driemaal een korte periode van rust op (adagio): een modelvoorstelling van de christen met Godsvertrouwen. Maar even zo vaak steken de levensstormen hun kop weer op, in een poging dat vertrouwen te ondermijnen.

De woorden van de ontwaakte Jezus zijn toebedeeld aan de bas, die in een kort arioso de cruciale vraag stelt: Jullie kleingelovigen, waarom zo bang? Dit arioso is het vierde deel van de zevendelige cantate en vormt dus letterlijk het hart ervan. In de aria die erop volgt, maant Jezus de storm en het meer met gezag tot bedaren. 

De les volgt in het erop volgende recitatief en het afsluitende koraal: vertrouw te allen tijden op Jezus. Het slotkoraal is de tweede strofe uit het koraal Jesu, meine Freude, dat we van Bach ook in motetvorm kennen.  

(Tekst: All of Bach, Nederlandse Bachvereniging)

 

Herbert Sumsion / ‘They that go down to the sea in ships’  

De muzikale carrière van Herbert Whitton Sumsion begon toen hij als koorknaap toetrad tot het Gloucester Cathedral Choir. Als organist en koordirigent van de kathedraal componeerde hij later veel koorwerken voor kerkelijk gebruik. Zijn artistieke voorbeelden waren Edward Elgar en Ralph Vaughan Williams. De gezongen tekst van ‘They that do down to the sea in ships’ is uit psalm 107. Daarin wordt, met het volk van de Israëlieten in gedachten, de verdrijving van de mensen, de reis naar het ongewisse gethematiseerd.

(Christiane Schima)

 

Begin je week met Bach!

Zijn cantates plaatsen wij in hun oorspronkelijke context, ingebed in een kerkdienst. De cantatediensten duren een uur en zijn gratis toegankelijk, met collecte na afloop. Iedereen kan even tot rust komen in de prachtige, monumentale sfeer van de Laurenskerk.

 

Toegang vrij, collecte na afloop.

contact

Stichting Laurenscantorij
Postbus 21264
3001AG Rotterdam
06 410 79 452
info @ laurenscantorij.nl (spaties verwijderen)

contactformulier